Mentale toestand tieners bepalend voor hun volwassen leven

Er is een samenhang tussen het welbevinden van jongeren van 14 tot 16 jaar oud en dat op latere leeftijd. Tieners die zich goed voelen, blijken tot twintig jaar later in hun leven ook betere mentale uitkomsten te hebben. Hetzelfde geldt voor persoonlijkheid, slaap en fysieke gezondheid.

Dat blijkt uit een groot onderzoek (https://vu.nl/nl/nieuws/2026/welbevinden-tieners-hangt-samen-met-gezondheid-en-functioneren-tot-20-jaar-later) van biologisch psychologen Anne Geijsen en Meike Bartels van de Vrije Universiteit Amsterdam. De resultaten zijn onlangs gepubliceerd (https://www.nature.com/articles/s41467-026-72459-9) in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Communications.

Welbevinden
De onderzoekers keken naar het welbevinden van jongeren van 14 tot 16 jaar en volgden hen tot in de volwassenheid, tussen de 20 en 35 jaar. Daarbij keken zij naar verschillende uitkomsten in het latere leven, waaronder welbevinden, mentale gezondheid, persoonlijkheid, slaap en ervaren lichamelijke gezondheid. De resultaten laten zien dat jongeren die zich in hun tienerjaren beter voelen, gemiddeld ook beter functioneren als jongvolwassene. Zij rapporteren later meer welbevinden, ervaren hun gezondheid als beter en slapen gemiddeld beter.

Zorgvuldigheid
Daarnaast scoren zij hoger op zorgvuldigheid, een persoonlijkheidskenmerk dat onder meer samenhangt met doorzettingsvermogen en verantwoordelijkheidsgevoel. Tegelijkertijd hebben zij gemiddeld minder last van neuroticisme, een persoonlijkheidseigenschap die wordt geassocieerd met stress, piekeren en emotionele instabiliteit. Een deel van deze verbanden bleef bestaan nadat onderzoekers rekening hielden met hoe het al ging met jongeren tijdens de adolescentie. Dat suggereert dat welbevinden op jonge leeftijd mogelijk samenhangt met latere ontwikkeling.

Tweelingen
De vraag was in hoeverre deze verbanden worden verklaard door factoren binnen het gezin, zoals opvoeding of genetische aanleg. Daarvoor hebben de onderzoekers tweelingen met elkaar vergeleken. Omdat die veel genen en een vergelijkbare opvoedingsomgeving delen, konden de onderzoekers beter inschatten welke effecten samenhangen met individuele verschillen in welbevinden. De analyses laten zien dat de verbanden kleiner worden wanneer familieleden met elkaar worden vergeleken. Dat betekent dat gedeelde factoren, zoals genetica en opvoeding, een deel van de verbanden zouden kunnen verklaren. Tegelijkertijd bleven meerdere verbanden bestaan, wat erop wijst dat welbevinden van jongeren een direct effect hebben op gezondheid en functioneren tot twintig jaar later.

Volgens de onderzoekers onderstrepen de resultaten het belang van aandacht voor welbevinden van jongeren. Het gaat daarbij niet alleen om het voorkomen van mentale problemen, maar ook om het actief bevorderen van welbevinden.

 

-----------------------------------------------------------------------------------------

Vind je dit interessant? Misschien is een abonnement op de gratis nieuwsbrief dan iets voor jou! GGZ Totaal verschijnt tweemaal per maand en behandelt onderwerpen over alles wat met de ggz te maken heeft, onafhankelijk en niet vooringenomen.

Abonneren kan direct via het inschrijfformulier (http://www.ggztotaal.nl/pg-29166-7-89775/pagina/abonneren.html), opgeven van je mailadres is voldoende. Of kijk eerst naar de artikelen in de vorige magazines (http://www.ggztotaal.nl/pg-29166-7-89779/pagina/e-magazine.html).

mentale toestand tieners mentale toestand tieners