Ik ben alle Mathijsen die mogelijk zijn

door Mathijs van Meerkerk

Wat wij werkelijkheid noemen, is altijd mede een interpretatie. We hallucineren de wereld. Mathijs van Meerkerk schrijft over psychose, verbeelding en de vraag wanneer iets echt is.

 

Eerder schreef ik dat er een bus vol Mathijsen door mijn leven rijdt. Maar sommige van die Mathijsen leefden in werelden die niemand anders kon zien.

Heb ik die andere levens echt niet geleefd?

De levens waarin ik iemand anders was. Waarin de wereld een andere samenhang had. Waarin gebeurtenissen, kleuren en toevalligheden een betekenis droegen die voor mij onmiskenbaar was. Achteraf kan iemand zeggen: dat was een psychose. Dat gebeurde niet echt.

Maar wat bedoelen we dan met echt?

Dat de buitenwereld niet precies zo in elkaar zat als ik haar beleefde, kan waar zijn. Dat andere mensen niet zagen wat ik zag of niet dezelfde betekenis aan gebeurtenissen gaven, ook. Toch volgt daar niet uit dat mijn ervaring nep was.

De angst was echt. De schoonheid was echt. Het ontzag, de urgentie en de verbondenheid waren echt. Ze hadden een kleur, een gewicht en een plaats in mijn bewustzijn.

Ik beleefde ze.

Rood bestaat in mijn hoofd

Neem de kleur rood. Natuurkundig kunnen we rood beschrijven als licht met een bepaald golflengtegebied. Neurologisch kunnen we vertellen welke cellen en hersengebieden betrokken zijn bij het zien ervan. Maar geen van die beschrijvingen bevat hoe rood er voor mij uitziet.

De ervaring zelf, het rood-zijn van rood, noemen filosofen een quale. Meervoud: qualia. Het zijn de gevoelde eigenschappen van een ervaring: hoe koffie smaakt, hoe verdriet aanvoelt, hoe een akkoord klinkt en hoe rood verschijnt.

Je kunt meten wat er in mijn hersenen gebeurt wanneer ik rood zie. Maar de meting is niet het rood dat ik ervaar.

Daar zit voor mij iets onherleidbaars. Misschien noem jij het bewustzijn. Misschien een ziel. Ik gebruik dat laatste woord graag, niet als natuurkundig bewijs, maar als verzet tegen het idee dat een mens volledig is uitgelegd zodra we zijn neuronen in kaart hebben gebracht.

Natuurlijk bestaan de stroompjes. Maar ik ben niet slechts de beschrijving van die stroompjes. Ik ben ook degene voor wie ze iets betekenen.

Ik ben Mathijs.

De bus die Mathijs heet

Eerder beschreef ik mijzelf als een bus vol Mathijsen. Niet één onveranderlijke bestuurder, maar een gezelschap van mogelijke versies: de bange Mathijs, de vrolijke Mathijs, de psychotische Mathijs, de redelijke Mathijs, de Mathijs die herstelt en de Mathijs die een afslag neemt die geen van de anderen had voorzien.

Zijn die Mathijsen verzonnen?

Ja, in zekere zin. Maar verzonnen betekent niet hetzelfde als waardeloos of onecht.

Een personage kan verzonnen zijn en toch je leven veranderen. Een toekomst kan nog niet bestaan en toch je handelen sturen. Een herinnering kan onnauwkeurig zijn en toch werkelijk verdriet veroorzaken. Geld, grenzen en diagnoses zijn menselijke constructies, maar hun gevolgen zijn bepaald niet denkbeeldig.

Iets kan dus door verbeelding bestaan.

Ik ben niet alleen de Mathijs die op dit moment aantoonbaar achter een toetsenbord zit. Ik draag ook herinnerde, gevreesde, gedroomde en mogelijke Mathijsen met me mee. Niet omdat al hun werelden letterlijk hebben plaatsgevonden, maar omdat zij deel uitmaken van mijn innerlijke werkelijkheid en van de persoon die ik nu ben.

Ik ben Mathijs en ik ben alle Mathijsen die mogelijk zijn.

We hallucineren de wereld

Waarnemen is geen camera die de werkelijkheid neutraal registreert. Onze hersenen selecteren, voorspellen, ordenen en vullen aan. Ze maken van licht, geluid, lichamelijke signalen en herinneringen een bewoonbare wereld.

Wat wij werkelijkheid noemen, is altijd mede een interpretatie.

In die losse, filosofische betekenis hallucineren we allemaal de wereld. We ontvangen geen kant-en-klare realiteit; we bouwen voortdurend een werkmodel dat meestal voldoende overeenkomt met de omgeving én met de modellen van andere mensen.

Bij psychose kan die afstemming ernstig ontregeld raken. Betekenissen worden overweldigend. Grenzen tussen binnen en buiten vervagen. Een gedachte kan voelen als een boodschap en toeval als een patroon dat speciaal voor jou is neergelegd.

Dat is niet simpelweg ‘een beetje fantaseren’. Het kan prachtig lijken, maar ook ontwrichtend, angstaanjagend en gevaarlijk zijn.

Het verschil met alledaagse waarneming is daarom niet dat de ene mens interpreteert en de andere niet. Het verschil zit onder meer in intensiteit, flexibiliteit, lijdensdruk en de mogelijkheid om ervaringen te toetsen aan een gedeelde werkelijkheid.

Niemand heeft ongefilterde toegang tot de wereld. Maar dat betekent niet dat iedere uitleg even betrouwbaar is. Juist omdat onze waarneming feilbaar is, hebben we andere mensen, wetenschap, taal en zorg nodig.

Niet om onze ervaring uit te wissen, maar om haar naast andere bronnen van kennis te kunnen leggen.

Te veel, te weinig, te donker

Ik zou het verleidelijk kunnen samenvatten als: mensen die te veel hallucineren noemen we psychotisch, mensen die moeite hebben de sociale wereld op dezelfde manier in te vullen noemen we autistisch, en mensen wier voorspellingen structureel donker kleuren noemen we depressief.

Als metafoor prikkelt dat. Als definitie schiet het tekort.

Autisme is niet een gebrek aan verbeelding en depressie is niet enkel ‘negatief hallucineren’. Beide zijn veel rijker, lichamelijker en diverser dan zo’n formule kan bevatten.

Toch wijst de vergelijking naar iets belangrijks: geen enkel brein maakt een waardevrije kopie van de werkelijkheid. Aandacht, verwachting, stemming, prikkelverwerking en eerdere ervaringen bepalen mede welke wereld voor ons verschijnt.

De psychotische mens staat daarmee niet buiten de menselijke conditie. Psychose vergroot iets uit wat bij iedereen aanwezig is: wij moeten een wereld maken van onvolledige informatie.

Onze vloek is niet dat alleen sommige mensen hallucineren. Onze vloek is dat niemand volledig kan ontsnappen aan zijn eigen perspectief.

Onze redding is dat we perspectieven kunnen delen.

Niet alles wat echt is, is een feit

Misschien ontstaat veel schade doordat we maar twee vakjes dulden: feit of onzin, werkelijk of verzonnen, rationeel of gek.

Mijn ervaring past daar niet in.

Wat ik dacht, was misschien niet feitelijk waar. Wat ik beleefde, was werkelijk. En wat die ervaring met mij deed, is nog altijd deel van mij.

Dat onderscheid beschermt twee dingen tegelijk. Het voorkomt dat we een psychotische overtuiging automatisch tot objectieve waarheid verheffen. En het voorkomt dat we de persoon die haar beleefde reduceren tot een defect brein dat ‘maar wat fantaseerde’.

Mijn voorstellingsvermogen is geen fake news.

Het produceert geen feiten alleen omdat de beelden intens zijn, maar het produceert wel ervaringen, mogelijkheden, verhalen en betekenissen. Zonder dat vermogen zouden kunst, empathie, hoop en iedere poging om een andere toekomst te ontwerpen verdwijnen.

Misschien is het vreemdste daarom niet dat mensen dingen kunnen ervaren die niet in de gedeelde werkelijkheid bestaan. Misschien is het vreemdste dat we zo gemakkelijk aannemen dat alleen het meetbare werkelijk is.

Sommige dingen bestaan omdat ze materie zijn.

Andere dingen bestaan omdat ze worden beleefd.

En weer andere beginnen te bestaan omdat iemand ze eerst durfde te verzinnen. 😉

 

-

Lees meer van Mathijs van Meerkerk op StigMathijs (Substack). (https://stigmathijs.substack.com/)

 

-----------------------------------------------------------------------------------------

Vind je dit interessant? Misschien is een abonnement op de gratis nieuwsbrief dan iets voor jou! GGZ Totaal verschijnt tweemaal per maand en behandelt onderwerpen over alles wat met de ggz te maken heeft, onafhankelijk en niet vooringenomen.

Abonneren kan direct via het inschrijfformulier (http://www.ggztotaal.nl/pg-29166-7-89775/pagina/abonneren.html), opgeven van je mailadres is voldoende. Of kijk eerst naar de artikelen in de vorige magazines (http://www.ggztotaal.nl/pg-29166-7-89779/pagina/e-magazine.html).

alle Mathijsen alle Mathijsen