In ‘De ziel van het vak’ wordt door 31 professionals in de geestelijke gezondheidszorg een lans gebroken voor het maken en behouden van contact met de cliënt. Vanuit die premisse worden allerlei aspecten uit het therapeutisch proces gelicht en vervolgens nader geanalyseerd, vaak vanuit een specifieke visie en altijd aan de hand van voorbeelden uit de praktijk. Cliënten van diverse pluimage passeren de revue in een staalkaart van therapeutische interventies. De caleidoscoop van de therapeutische zorg kent vele kleuren, vele vormen en ze schitteren allemaal. Het contact met de cliënt staat voorop, de therapeutische interventie is dienend in het proces dat samen met de cliënt doorlopen wordt.
“Het (boek) is in de eerste plaats geschreven voor en door professionals die zich bezighouden met de zorg voor mensen die psychisch lijden, maar het is daarnaast geschikt voor alle professionals die goed contact nodig hebben om hun werk adequaat te verrichten.” Aldus de inleiding. Wat volgt is een groot aantal korte hoofdstukken, gerangschikt onder De opening, het Middenstuk en Het slot, waarmee de fasen in het therapeutisch proces worden aangeduid. Het middenstuk neemt het grootste deel van het boek in beslag. Ook zijn er een aantal intermezzo’s, wetenswaardigheden gerelateerd aan het centrale thema ‘contact maken’. Deze intermezzo’s zijn naar ik vermoed van de hand van de redactie, er wordt geen schrijver bij vermeld. Dat is wel het geval bij al de andere hoofdstukken.
Eenendertig auteurs in een boek, dat zorgt natuurlijk voor een grote diversiteit aan invalshoeken, stijlen en boodschappen. De verschillende teksten zijn kwalitatief uiteenlopend: van open-deuren-retoriek tot nieuwsgierig makende invalshoeken en persoonlijke inzichten. Sommige stukken zijn helder als glas, andere stukken zijn vaag of ingewikkeld geformuleerd. De meeste auteurs hebben een vaardige hand van schrijven.
In het algemeen gesproken krijg je door het lezen van ‘De ziel van het vak’ een heldere kijk op het gebied van de therapeutische gespreksvoering, meestal in de vorm van één op één contacten in de spreekkamer, maar ook systeemgericht werken komt voorbij. Moeilijkheden worden geschetst, valkuilen worden uitgelegd, omwegen worden gemaakt maar telkens is de focus op het contact. Dat is de boodschap die het boek wil uitdragen en dat ook met verve doet. Eigenlijk verbaas ik me erover dat die focus expliciet gemaakt schijnt te moeten worden. Is het in de praktijk ook wel eens anders dan?
“Een therapeutische relatie impliceert emotioneel aanraken en aangeraakt worden, beroeren en beroerd worden, ontroeren en ontroerd worden. Daar is niets mis mee, het is zelfs de essentie van het contact”, aldus Greet Vanaerschot in haar hoofdstuk ‘De behandelaar’ en daarmee beschrijft ze de spijker die alle schrijvers op zijn kop willen slaan. Een nobel streven dat in al zijn moeilijkheden en schijnbare onmogelijkheden telkens weer naar voren komt. Uiteindelijk beschrijft het boek een groot aantal uitdagende situaties uit de ervaring van bevlogen psychotherapeuten en psychiaters maar is het ook een opsomming van succesverhalen en dat lijkt me eigenlijk iets te veel van het goede. Voor het evenwicht was het goed geweest om ook te beschrijven dat het wel eens echt niet goed afloopt ondanks alle goedwillende en overwogen inzet van de psychotherapeut. Het boek is vooral een hart onder de riem van psychotherapeuten die verbaal met gedrevenheid aan de slag willen gaan met hun cliënten, voor hen biedt het boek ruim voldoende inspiratie.
Ik eindig met een vraag: ook in de intramurale zorg waar andere clientèle andere eisen stelt aan de inzet van therapeuten en niet te vergeten psychiatrisch verpleegkundigen is contact maken en houden een noodzaak. Ook daar is psychisch lijden ruim voorhanden en contact niet altijd eenvoudig. Wellicht is die realiteit ook een boek waard?
Johan Atsma
De ziel van het vak, over contact als kernwaarde in therapie. Van Meekeren/Baars (redactie), diverse schrijvers. Uitgeverij Boom, 320 pagina’s; € 39.95. ISBN: 978 90 8953 675 4 / NUR 770








