Huisartsen en medewerkers van gemeenten en welzijnsorganisaties ervaren veel waarde van overleg met ggz-professionals. Zo’n consult levert vaak praktische adviezen, nieuwe inzichten en meer handvatten op om mensen goed te ondersteunen. Toch wordt deze mogelijkheid nog niet overal goed benut.
Dat blijkt uit onderzoek van bureau HHM, uitgevoerd in opdracht van de Nederlandse ggz. Huisartsen en professionals die werken met mensen met psychische problemen kunnen laagdrempelig advies vragen aan ggz-professionals. Dat kan bijvoorbeeld telefonisch, in een multidisciplinair overleg of via een expert die meedenkt vanuit de ggz. Het doel is om mensen sneller passende hulp te bieden, samenwerking te verbeteren en onnodige verwijzingen naar gespecialiseerde zorg te voorkomen.
Meerwaarde
Uit het onderzoek blijkt dat deze manier van samenwerken werkt. Gebruikers geven aan dat ze door een consult beter weten hoe ze iemand kunnen helpen. Ook helpt het om mensen langer in hun eigen omgeving te ondersteunen en zwaardere zorg waar mogelijk te voorkomen. De onderzoekers concluderen dat het probleem niet zit in de inhoud of kwaliteit van de consultatiefunctie. De meerwaarde wordt breed herkend. De grootste uitdaging is dat nog veel professionals niet weten dat deze mogelijkheid bestaat of niet goed weten hoe ze er gebruik van kunnen maken. Vooral bij gemeenten en welzijnsorganisaties is de bekendheid nog beperkt.
Randvoorwaarden
Het onderzoek laat daarnaast zien dat meer aandacht nodig is voor de randvoorwaarden. Het gebruik van consultatie verschilt sterk per regio en een groot deel van de beschikbare middelen wordt nog niet benut. Professionals weten niet altijd waar ze terechtkunnen voor consultatie en advies van ggz-professionals. Ook is soms onduidelijk wanneer consultatie passend is en wanneer een andere vorm van samenwerking beter past. Verschillen in organisatie, contractering en financiering maken het systeem bovendien niet overal even overzichtelijk.
Ook voor jeugdhulpprofessionals is niet altijd duidelijk of zij ggz-expertise kunnen inschakelen bij problematiek van ouders. Daardoor wordt dit onderdeel van de consultatiefunctie waarschijnlijk nog onvoldoende benut. Om deze aandachtspunten aan te pakken, is samenwerking nodig tussen ggz, huisartsen, gemeenten, zorgverzekeraars en andere partners.
Samenwerking
De Nederlandse ggz verwelkomt de uitkomsten van het onderzoek. Het rapport laat zien dat consultatie bijdraagt aan betere samenwerking tussen de ggz, huisartsen, gemeenten en welzijnsorganisaties. Ook sluit deze manier van werken goed aan bij de ontwikkeling van Mentale Gezondheidsnetwerken, waarin partijen samen optrekken om mensen sneller passende ondersteuning te bieden.
De begeleidingsgroep van het onderzoek, met vertegenwoordigers van onder meer VWS, de Nederlandse ggz, VNG, LHV, InEen, ZN en NZa, gaat met deze aandachtspunten aan de slag. Daarbij ligt de nadruk op meer bekendheid, betere toegankelijkheid, goede regionale samenwerking en beter inzicht in de resultaten van consultatie.
Het doel is helder: zorgen dat professionals overal in Nederland eenvoudig gebruik kunnen maken van ggz-expertise, zodat mensen sneller de juiste ondersteuning krijgen.
Bekijk het hele onderzoek van bureau HHM hier.
Bron: de Nederlandse ggz
----------------------------------------------------------------------------------------
Vind je dit interessant? Misschien is een abonnement op de gratis nieuwsbrief dan iets voor jou!
GGZ Totaal verschijnt tweemaal per maand en behandelt onderwerpen over alles wat met de ggz te maken heeft, onafhankelijk en niet vooringenomen.
Abonneren kan direct via het inschrijfformulier, opgeven van je mailadres is voldoende. Of kijk eerst naar de artikelen in de vorige magazines.








